Deelnemingsvrijstelling VPB

De deelnemingsvrijstelling kan van toepassing zijn als je een deelneming hebt in een onderneming. Een deelneming heb je als je 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal bezit.

De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat winsten die belast zijn bij de dochter niet nog een keer belast worden bij de moeder. Daarnaast zijn de kosten niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan aan- en verkoopkosten.

Als er sprake is van een beleggingsinstelling dan is het mogelijk dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op de deelnemingsvrijstelling. Als de beleggingsinstelling een niet-gekwalificeerde beleggingsinstelling is dan is er enkel een deelnemingsverrekening van toepassing.

Een gekwalificeerde beleggingsinstelling krijgt wel een deelnemingsvrijstelling.

Je bent een gekwalificeerde beleggingsinstelling als je voldoet aan de bezittingentoets en aan de onderworpenheidstoets.

  • De deelneming is onderworpen aan een naar Nederlandse maatstaven reele heffing. Dit is een heffing van minstens 10%
  • De bezittingen van de deelneming voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen