Afkoopsom alimentatie

Je kunt ervoor kiezen om je alimentatie in een keer af te kopen om zo van je alimentatieverplichting af te zijn. De hoogte van de betaalde afkoopsom kan bij de alimentatiebetaler worden afgetrokken. Echter bij de ontvangende partner wordt het bedrag belast. Je kunt partneralimentatie op twee verschillende manieren afkopen. Door middel van een geldsom of overbedeling.

Het afkopen van alimentatie kent voordelen en nadelen. Enkele voordelen zijn dat de ontvanger een groot bedrag geniet waarop rente kan worden ontvangen. Om te voorkomen dat de ontvangende partner ineens een groot bedrag aan inkomstenbelasting moet betalen kan er ook gekozen worden om de alimentatie om te zetten in een lijfrentepremie. Een nadeel van het afkopen van alimentatie is dat de alimentatiebetaler een deel van zijn vermogen kwijtraakt, dit levert een rentenadeel op. Daarnaast werkt de afkoopsom van alimentatie niet met terugwerkende kracht in het geval dat de ontvangende partner eigenlijk geen aanspraak meer maakt op alimentatie.

Andere veel gestelde vragen

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemd en de waarde van de bedrijfsmiddellen die je vervreemd moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.  

Als je winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal toe te passen dan is er sprake van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek kun je verrekenen met de winst die behaald wordt in de komende 9 jaren, mits deze winst weer hoger is dan de zelfstandigenaftrek. De verrekening kan alleen plaatsvinden als er in dat jaar zelfstandigenaftrek toegerekend kan worden, dit is het geval als er is voldaan aan het urencriterium. 

Als ondernemer voor de IB mag je jaarlijks een bedrag reserveren wat je kan gebruiken als oudedagsvoorziening, de oudedagreserve. Het gereserveerde bedrag mag ten laste van de winst worden gebracht. Een voorwaarde om een oudedagreserve te kunnen vormen is dat je aan het urencriterium voldoet en je mag aan het begin van het kalenderjaar niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De oudedagreserve neemt af als wordt besloten een lijfrente te kopen. Het bedrag waarvoor de lijfrente wordt gekocht moet bij de fiscale winst worden gevoegd. Daartegenover staat dat de rente op de gekochte premie mag worden afgetrokken van de fiscale winst.

Als startende ondernemer heb je kapitaal nodig om je onderneming op te zetten. Dit kapitaal kan geleend worden van een bank, maar ook van een particulier. Kwijt gescholden durfkapitaal is kapitaal wat een particulier uitleend aan een startende ondernemer. Door de regeling durfkapitaal krijg je als geldgever een heffingskorting op de inkomstenbelasting. Mocht de geldlener de lening niet kunnen terug betalen dan kan (een deel van) de lening worden kwijtgescholden. Deze regeling is echter per 2011 vervallen. Er is nu een overgangsregeling van kracht. De geldgever kan het bedrag wat is uitgeleend alleen nog aftrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Het geld moet zijn uitgeleend voor 1 januari 2011
  • De geldlening moet zijn erkend als lening durfkaptiaal
  • De lening moet binnen 8 jaar worden kwijtgescholden
  • Er moet een beschikking worden vastgelegd dat het geld niet kan worden terugbetaald
  • De geldgever mag in de betreffende 8 jaar maximaal een bedrag van €46.984 euro in aftrek brengen per startende ondernemer.

Je komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek als je voldoet aan het urencriterium en als je ondernemer bent. In 2016 bedraagt de aftrek niet meer dan €7.280.Tenzij je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd hebt bereikt, dan is het 50% van het oorspronkelijke bedrag.  

Je mag niet meer aftrekken als het bedrag van de zelfstandigenaftrek de winst voor ondernemersaftrek overschrijdt. Mocht de winst te laag zijn om de zelfstandigenaftrek helemaal te gebruiken, kan het bedrag wat niet is gebruikt alsnog worden afgetrokken in de volgende 9 jaren.