Deelnemingsvrijstelling VPB

De deelnemingsvrijstelling kan van toepassing zijn als je een deelneming hebt in een onderneming. Een deelneming heb je als je 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal bezit.

De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat winsten die belast zijn bij de dochter niet nog een keer belast worden bij de moeder. Daarnaast zijn de kosten niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan aan- en verkoopkosten.

Als er sprake is van een beleggingsinstelling dan is het mogelijk dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op de deelnemingsvrijstelling. Als de beleggingsinstelling een niet-gekwalificeerde beleggingsinstelling is dan is er enkel een deelnemingsverrekening van toepassing.

Een gekwalificeerde beleggingsinstelling krijgt wel een deelnemingsvrijstelling.

Je bent een gekwalificeerde beleggingsinstelling als je voldoet aan de bezittingentoets en aan de onderworpenheidstoets.

  • De deelneming is onderworpen aan een naar Nederlandse maatstaven reele heffing. Dit is een heffing van minstens 10%
  • De bezittingen van de deelneming voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen

Andere veel gestelde vragen

Als je winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal toe te passen dan is er sprake van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek kun je verrekenen met de winst die behaald wordt in de komende 9 jaren, mits deze winst weer hoger is dan de zelfstandigenaftrek. De verrekening kan alleen plaatsvinden als er in dat jaar zelfstandigenaftrek toegerekend kan worden, dit is het geval als er is voldaan aan het urencriterium. 

Als startende ondernemer heb je kapitaal nodig om je onderneming op te zetten. Dit kapitaal kan geleend worden van een bank, maar ook van een particulier. Kwijt gescholden durfkapitaal is kapitaal wat een particulier uitleend aan een startende ondernemer. Door de regeling durfkapitaal krijg je als geldgever een heffingskorting op de inkomstenbelasting. Mocht de geldlener de lening niet kunnen terug betalen dan kan (een deel van) de lening worden kwijtgescholden. Deze regeling is echter per 2011 vervallen. Er is nu een overgangsregeling van kracht. De geldgever kan het bedrag wat is uitgeleend alleen nog aftrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Het geld moet zijn uitgeleend voor 1 januari 2011
  • De geldlening moet zijn erkend als lening durfkaptiaal
  • De lening moet binnen 8 jaar worden kwijtgescholden
  • Er moet een beschikking worden vastgelegd dat het geld niet kan worden terugbetaald
  • De geldgever mag in de betreffende 8 jaar maximaal een bedrag van €46.984 euro in aftrek brengen per startende ondernemer.

Stel je bent in het bezit van een woning die staat op een stuk grond wat niet van jouw is dan betaal je erfpacht. Deze periodieke betalingen van erfpacht, opstal of beklemming zijn aftrekbaar.. Het recht van erfpacht en het recht om iets op een bepaald stuk grond te bouwen, dit noemt men opstal,  zijn vaak voor een bepaalde tijd. Het recht van beklemming is een eeuwigdurend recht op het gebruik van grond van iemand anders.

Er zijn een aantal kosten die gepaard gaan met deze betalingen die je niet kunt aftrekken, bijvoorbeeld premies voor een opstal verzekering.

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.

Heb je een onderneming die in Nederland is gevestigd en ben je vennootschapsbelasting verschuldigd. Dan kun je in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Je kunt aanspraak maken op deze aftrek als je investeert in bepaalde bedrijfsmiddelen voor je onderneming. Het bedrijfsmiddel moet duurder zijn dan €450 euro. De hoogte van de aftrek aftrek hangt af van het bedrag wat je investeert in het bedrijfsmiddel. Als je een onderneming drijft onder een samenwerkingsverband dan kun je de aftrek verdelen op basis van bijvoorbeeld de kapitaalsverhouding. Er zijn echter een aantal investeringen die niet in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Mocht het zo zijn dat je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na aanschaf verkoopt of op een andere manier van de onderneming vervreemd, dan kan het zijn dat je een deel van de aftrek moet terugbetalen. Dit wordt wel een desinvesteringsbijtelling genoemd.