Desinvesteringsaftrek VPB

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemdt en de waarde van de bedrijfsmiddelen die je vervreemdt moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.

Andere veel gestelde vragen

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.

Je komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek als je voldoet aan het urencriterium en als je ondernemer bent. In 2016 bedraagt de aftrek niet meer dan €7.280.Tenzij je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd hebt bereikt, dan is het 50% van het oorspronkelijke bedrag.  

Je mag niet meer aftrekken als het bedrag van de zelfstandigenaftrek de winst voor ondernemersaftrek overschrijdt. Mocht de winst te laag zijn om de zelfstandigenaftrek helemaal te gebruiken, kan het bedrag wat niet is gebruikt alsnog worden afgetrokken in de volgende 9 jaren.

Als je in bezit bent van een rijksmonument dan kan je de onderhoudskosten die daaraan verbonden zijn aftrekken. De kosten die je maakt ter verbetering van het monument komen niet in aftrek. Kosten die ervoor zorgen dat het monument in bruikbare staat blijft en kosten die samenhangen met het herstellen van ingetreden verval mag je wel in aftrek brengen.

Mocht je subsidies ontvangen voor het monument dan moet je deze eerst van de gemaakte kosten aftrekken voordat je het bedrag als kosten mag opgeven in je inkomstenbelasting.

In sommige gevallen zijn de kosten extreem hoog, bijvoorbeeld omdat je het pand laat verbouwen tot een pand waarin je een onderneming wilt gaan drijven, dan komen de onderhoudskosten niet in aftrek. In dat geval worden ze geactiveerd op de balans en mag er op worden afgeschreven

Fiscaal is het voordelig om kosten zo vroeg mogelijk ten laste van de winst te brengen. Dit kan door een bedrag aan te merken als een voorziening voor groot onderhoud. Op deze manier kun je toekomstige kosten voor groot onderhoud nu al ten laste van je resultaat brengen. Dit levert mogelijk een rente voordeel op. Om zo’n voorziening te kunnen vormen moet je de toekomstige kosten goed kunnen onderbouwen bij de fiscus. Het moet duidelijk gaan om onderhoud, dit betekend niet een verbetering aan een pand. De hoeveelheid die jaarlijks gereserveerd mag worden en ten laste van de winst mag worden gebracht, wordt bepaald aan de hand van de kosten van het toekomstig groot onderhoud.

Als je een voorziening voor groot onderhoud wil vormen is het niet alleen mogelijk om toekomstige kosten jaarlijks te doneren, je mag ook rekening houden met de jaren die al verstreken zi

Als ondernemer voor de IB mag je jaarlijks een bedrag reserveren wat je kan gebruiken als oudedagsvoorziening, de oudedagreserve. Het gereserveerde bedrag mag ten laste van de winst worden gebracht. Een voorwaarde om een oudedagreserve te kunnen vormen is dat je aan het urencriterium voldoet en je mag aan het begin van het kalenderjaar niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De oudedagreserve neemt af als wordt besloten een lijfrente te kopen. Het bedrag waarvoor de lijfrente wordt gekocht moet bij de fiscale winst worden gevoegd. Daartegenover staat dat de rente op de gekochte premie mag worden afgetrokken van de fiscale winst.