Energieinvesteringsaftrek

Deze aftrek is speciaal bedoeld voor ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Over 2016 mag je een bedrag aftrekken van 58% van de investering. Je komt in aanmerking voor deze aftrek als het gaat om een nog niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel, er minimaal een bedrag van €2500 euro is geïnvesteerd per bedrijfsmiddel en het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Je kunt geen energie-en milieuinvesteringsaftrek tegelijk krijgen.

Let echter wel op dat je binnen 3 maanden na aanschaf een verzoek moet indienen bij de belastingdienst om aanspraak te kunnen maken op deze aftr

Andere veel gestelde vragen

Als je een gift doet aan een (culturele) algemeen nut beoogde instelling of een steunstichting is het mogelijk om een deel van de gift in aftrek te brengen op de inkomstenbelasting. Een gift is een gift als er geen tegenprestatie tegenover staat. Daarnaast moet je zelf kunnen aantonen bij de belastingdienst dat je een gift hebt gedaan. Bij gewone giften geldt er een drempelbedrag van 1% van jouw inkomen en een minimum van €60 euro. Wat je meer hebt betaald dan het drempelbedrag mag je in aftrek brengen. Echter geldt er wel een maximum van 10% van het inkomen aan deze aftrek.

Als je een gift doet aan een culturele algemeen nut beoogde instelling dan krijg je hiervoor extra aftrek. De gift mag verhoogd worden met 25%, maar er geldt een maximum van €1250.

Fiscaal is het voordelig om kosten zo vroeg mogelijk ten laste van de winst te brengen. Dit kan door een bedrag aan te merken als een voorziening voor groot onderhoud. Op deze manier kun je toekomstige kosten voor groot onderhoud nu al ten laste van je resultaat brengen. Dit levert mogelijk een rente voordeel op. Om zo’n voorziening te kunnen vormen moet je de toekomstige kosten goed kunnen onderbouwen bij de fiscus. Het moet duidelijk gaan om onderhoud, dit betekent niet een verbetering aan een pand. De hoeveelheid die jaarlijks gereserveerd mag worden en ten laste van de winst mag worden gebracht, wordt bepaald aan de hand van de kosten van het toekomstig groot onderhoud.

Als je een voorziening voor groot onderhoud wil vormen is het niet alleen mogelijk om toekomstige kosten jaarlijks te doneren, je mag ook rekening houden met de jaren die al verstreken zijn.

Stel je bent in het bezit van een woning die staat op een stuk grond wat niet van jouw is dan betaal je erfpacht. Deze periodieke betalingen van erfpacht, opstal of beklemming zijn aftrekbaar.. Het recht van erfpacht en het recht om iets op een bepaald stuk grond te bouwen, dit noemt men opstal,  zijn vaak voor een bepaalde tijd. Het recht van beklemming is een eeuwigdurend recht op het gebruik van grond van iemand anders.

Er zijn een aantal kosten die gepaard gaan met deze betalingen die je niet kunt aftrekken, bijvoorbeeld premies voor een opstal verzekering.

Als ondernemer voor de IB mag je jaarlijks een bedrag reserveren wat je kan gebruiken als oudedagsvoorziening, de oudedagreserve. Het gereserveerde bedrag mag ten laste van de winst worden gebracht. Een voorwaarde om een oudedagreserve te kunnen vormen is dat je aan het urencriterium voldoet en je mag aan het begin van het kalenderjaar niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De oudedagreserve neemt af als wordt besloten een lijfrente te kopen. Het bedrag waarvoor de lijfrente wordt gekocht moet bij de fiscale winst worden gevoegd. Daartegenover staat dat de rente op de gekochte premie mag worden afgetrokken van de fiscale winst.

Fiscaal is het voordelig om kosten zo vroeg mogelijk ten laste van de winst te brengen. Dit kan door een bedrag aan te merken als een voorziening voor groot onderhoud. Op deze manier kun je toekomstige kosten voor groot onderhoud nu al ten laste van je resultaat brengen. Dit levert mogelijk een rente voordeel op. Om zo’n voorziening te kunnen vormen moet je de toekomstige kosten goed kunnen onderbouwen bij de fiscus. Het moet duidelijk gaan om onderhoud, dit betekend niet een verbetering aan een pand. De hoeveelheid die jaarlijks gereserveerd mag worden en ten laste van de winst mag worden gebracht, wordt bepaald aan de hand van de kosten van het toekomstig groot onderhoud.

Als je een voorziening voor groot onderhoud wil vormen is het niet alleen mogelijk om toekomstige kosten jaarlijks te doneren, je mag ook rekening houden met de jaren die al verstreken zi