Giften in de VPB

Als je giften schenkt aan algemeen nut beoogde instellingen of aan steunstichtingen dan mag je het bedrag wat je doneert ten laste van je fiscale winst brengen.  Per jaar bedraagt de aftrek hoogstens 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. Je moet de giften schriftelijk kunnen bewijzen. Als je doneert aan een culturele algemeen nut beoogde instelling dan mag je nog eens 50% extra aftrekken van het bedrag wat je doneert. Hier zit echter wel een maximum aan verbonden van €2500 euro

Andere veel gestelde vragen

Als je kosten maakt in verband met scholingsuitgaven dan mogen die in aftrek worden genomen. Niet alle studiekosten mogen zomaar in aftrek worden genomen. De studiekosten die je maakt voor jezelf en je fiscale partner mogen afgetrokken worden. Studiekosten die gemaakt worden voor kinderen niet. Daarnaast is het een vereiste dat de studie is gericht op een toekomstig beroep en dat de kennis onder begeleiding wordt opgedaan.

Als je studiefinanciering ontvangt dan mogen de kosten die gemaakt worden voor een studie in zijn geheel niet worden afgetrokken.

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemdt en de waarde van de bedrijfsmiddelen die je vervreemdt moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemd en de waarde van de bedrijfsmiddellen die je vervreemd moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.  

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.