Herinvesteringsreserve

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.

Andere veel gestelde vragen

De deelnemingsvrijstelling kan van toepassing zijn als je een deelneming hebt in een onderneming. Een deelneming heb je als je 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal bezit.

De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat winsten die belast zijn bij de dochter niet nog een keer belast worden bij de moeder. Daarnaast zijn de kosten niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan aan- en verkoopkosten.

Als er sprake is van een beleggingsinstelling dan is het mogelijk dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op de deelnemingsvrijstelling. Als de beleggingsinstelling een niet-gekwalificeerde beleggingsinstelling is dan is er enkel een deelnemingsverrekening van toepassing.

Een gekwalificeerde beleggingsinstelling krijgt wel een deelnemingsvrijstelling.

Je bent een gekwalificeerde beleggingsinstelling als je voldoet aan de bezittingentoets en aan de onderworpenheidstoets.

  • De deelneming is onderworpen aan een naar Nederlandse maatstaven reele heffing. Dit is een heffing van minstens 10%
  • De bezittingen van de deelneming voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen

Heb je een onderneming die in Nederland is gevestigd en ben je vennootschapsbelasting verschuldigd. Dan kun je in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Je kunt aanspraak maken op deze aftrek als je investeert in bepaalde bedrijfsmiddelen voor je onderneming. Het bedrijfsmiddel moet duurder zijn dan €450 euro. De hoogte van de aftrek aftrek hangt af van het bedrag wat je investeert in het bedrijfsmiddel. Als je een onderneming drijft onder een samenwerkingsverband dan kun je de aftrek verdelen op basis van bijvoorbeeld de kapitaalsverhouding. Er zijn echter een aantal investeringen die niet in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Mocht het zo zijn dat je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na aanschaf verkoopt of op een andere manier van de onderneming vervreemd, dan kan het zijn dat je een deel van de aftrek moet terugbetalen. Dit wordt wel een desinvesteringsbijtelling genoemd.

Je kunt ervoor kiezen om je alimentatie in een keer af te kopen om zo van je alimentatieverplichting af te zijn. De hoogte van de betaalde afkoopsom kan bij de alimentatiebetaler worden afgetrokken. Echter bij de ontvangende partner wordt het bedrag belast. Je kunt partneralimentatie op twee verschillende manieren afkopen. Door middel van een geldsom of overbedeling.

Het afkopen van alimentatie kent voordelen en nadelen. Enkele voordelen zijn dat de ontvanger een groot bedrag geniet waarop rente kan worden ontvangen. Om te voorkomen dat de ontvangende partner ineens een groot bedrag aan inkomstenbelasting moet betalen kan er ook gekozen worden om de alimentatie om te zetten in een lijfrentepremie. Een nadeel van het afkopen van alimentatie is dat de alimentatiebetaler een deel van zijn vermogen kwijtraakt, dit levert een rentenadeel op. Daarnaast werkt de afkoopsom van alimentatie niet met terugwerkende kracht in het geval dat de ontvangende partner eigenlijk geen aanspraak meer maakt op alimentatie.

Als je winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal toe te passen dan is er sprake van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek kun je verrekenen met de winst die behaald wordt in de komende 9 jaren, mits deze winst weer hoger is dan de zelfstandigenaftrek. De verrekening kan alleen plaatsvinden als er in dat jaar zelfstandigenaftrek toegerekend kan worden, dit is het geval als er is voldaan aan het urencriterium. 

Stakingswinst is de winst die wordt behaald door het staken (stoppen) van de onderneming. Het is het verschil tussen de boekwaarde van de onderneming en de waarde economisch verkeer op het moment van beëindiging. Deze stakingswinst bestaat onder andere uit stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Over de stakingswinst moet belasting worden betaald. De stakingswinst berekenen is erg ingewikkeld en wij willen je daar graag bij helpen. Bij enkele situaties hoef je bijvoorbeeld niet of niet geheel af te rekenen over de stakingswinst. Dit doet zich voor als er sprake is van een echtscheiding, als de onderneming wordt overgedragen aan een mede ondernemer of bv en als jij of jouw partner komt te overlijden.