Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Deze korting is speciaal bedoeld voor ouders met kinderen onder de 12 jaar. Het is de bedoeling dat deze regeling ouders stimuleert om meer te gaan werken. Je betaald door deze regeling minder belasting en premies. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van je inkomen.

Om aanspraak te maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Je moet arbeidsinkomen genieten wat hoger is dan € 4.881 euro.
  • Jouw kind moet op jouw woonadres staan ingeschreven voor minstens zes maanden per jaar. Ben je een co-ouder en staat jouw kind niet ingeschreven op jouw woonadres dan kun je toch aanspraak maken op deze regeling als het kind minstens drie hele dagen tot elk van beide huishoudens hoort.
  • Als je een fiscale partner hebt dan krijgt diegene met het laagste inkomen de combinatiekorting.

Andere veel gestelde vragen

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze

Als je winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal toe te passen dan is er sprake van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek kun je verrekenen met de winst die behaald wordt in de komende 9 jaren, mits deze winst weer hoger is dan de zelfstandigenaftrek. De verrekening kan alleen plaatsvinden als er in dat jaar zelfstandigenaftrek toegerekend kan worden, dit is het geval als er is voldaan aan het urencriterium. 

Je kunt ervoor kiezen om je alimentatie in een keer af te kopen om zo van je alimentatieverplichting af te zijn. De hoogte van de betaalde afkoopsom kan bij de alimentatiebetaler worden afgetrokken. Echter bij de ontvangende partner wordt het bedrag belast. Je kunt partneralimentatie op twee verschillende manieren afkopen. Door middel van een geldsom of overbedeling.

Het afkopen van alimentatie kent voordelen en nadelen. Enkele voordelen zijn dat de ontvanger een groot bedrag geniet waarop rente kan worden ontvangen. Om te voorkomen dat de ontvangende partner ineens een groot bedrag aan inkomstenbelasting moet betalen kan er ook gekozen worden om de alimentatie om te zetten in een lijfrentepremie. Een nadeel van het afkopen van alimentatie is dat de alimentatiebetaler een deel van zijn vermogen kwijtraakt, dit levert een rentenadeel op. Daarnaast werkt de afkoopsom van alimentatie niet met terugwerkende kracht in het geval dat de ontvangende partner eigenlijk geen aanspraak meer maakt op alimentatie.

Deze aftrek is speciaal bedoeld voor ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Over 2016 mag je een bedrag aftrekken van 58% van de investering. Je komt in aanmerking voor deze aftrek als het gaat om een nog niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel, er minimaal een bedrag van €2500 euro is geinvesteerd per bedrijfsmiddel en het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Je kunt geen energie-en milieuinvesteringsaftrek tegelijk krijgen.

Let echter wel op dat je binnen 3 maanden na aanschaf een verzoek moet indienen bij de belastingdienst om aanspraak te kunnen maken op deze aftrek.

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.