Niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek

Als je winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal toe te passen dan is er sprake van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek kun je verrekenen met de winst die behaald wordt in de komende 9 jaren, mits deze winst weer hoger is dan de zelfstandigenaftrek. De verrekening kan alleen plaatsvinden als er in dat jaar zelfstandigenaftrek toegerekend kan worden, dit is het geval als er is voldaan aan het urencriterium. 

Andere veel gestelde vragen

Stel je bent in het bezit van een woning die staat op een stuk grond wat niet van jouw is dan betaal je erfpacht. Deze periodieke betalingen van erfpacht, opstal of beklemming zijn aftrekbaar.. Het recht van erfpacht en het recht om iets op een bepaald stuk grond te bouwen, dit noemt men opstal,  zijn vaak voor een bepaalde tijd. Het recht van beklemming is een eeuwigdurend recht op het gebruik van grond van iemand anders.

Er zijn een aantal kosten die gepaard gaan met deze betalingen die je niet kunt aftrekken, bijvoorbeeld premies voor een opstal verzekering.

Mocht je omzet lager zijn dan je kosten die je maakt dan is er sprake van een verlies. Dit verlies kan je verrekenen met toekomstige winsten of winsten uit voorgaande jaren. Eerst wordt het verlies verrekend met de winst uit het voorafgaande jaar. Als dit niet helemaal verrekend kan worden dan mag je de huidige winst verrekenen met de winsten van de komende negen jaren.

In sommige gevallen is het verlies misschien niet volledig verrekenbaar:

  • Er is sprake van een belangenwijziging in de vennootschap, dit is een wijziging van aandeelhouders voor meer dan 30%
  • Er is sprake is van houdsterverliezen
  • Je onderneming wordt aangemerkt als fiscale beleggingsinstelling. Dit betekent dat de werkzaamheden van de onderneming hoofdzakelijk bestaan uit beleggen

Als er sprake is van deze situaties dan stelt de belastingdienst een beschikking op ten aanzien van deze verliezen. Bezwaar maken tegen deze beschikking is mogelijk.

Stakingswinst is de winst die wordt behaald door het staken (stoppen) van de onderneming. Het is het verschil tussen de boekwaarde van de onderneming en de waarde economisch verkeer op het moment van beëindiging. Deze stakingswinst bestaat onder andere uit stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Over de stakingswinst moet belasting worden betaald. De stakingswinst berekenen is erg ingewikkeld en wij willen je daar graag bij helpen. Bij enkele situaties hoef je bijvoorbeeld niet of niet geheel af te rekenen over de stakingswinst. Dit doet zich voor als er sprake is van een echtscheiding, als de onderneming wordt overgedragen aan een mede ondernemer of bv en als jij of jouw partner komt te overlijden.

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemd en de waarde van de bedrijfsmiddellen die je vervreemd moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.  

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.