Overige periodieke giften

Als je periodiek geld doneert aan goede doelen kun je van de belastingdienst een deel van de gift terug krijgen. Hoeveel geld je terug krijgt hangt af van hoeveel je doneert en aan welke instellingen je periodiek doneert. Een gift is pas een gift als je er niks voor terugkrijgt. Daarnaast moet je kunnen aantonen, bij de belastingdienst, middels een notariële akte of sinds 2014 een onderhandse akte,  dat je periodiek een gift doet. Periodieke giften aan verenigingen, anderen dan culturele instellingen, met ten minste 25 leden zijn onder voorwaarden aftrekbaar. De instelling moet namelijk aan bepaalde eisen voldoen. Daarnaast zit aan de giften aan overige instellingen, in tegenstelling tot giften aan ANBI’s, een minimum verbonden van €60 euro als 1% van het inkomen. Ook geldt er een maximum van de gift van 10%  van het inkomen.  

Andere veel gestelde vragen

Als je periodiek geld doneert aan culturele instellingen, dit zijn instellingen die worden aangemerkt als ANBI, kan je van de belastingdienst de gift terug krijgen. Hoeveel geld je terug krijgt hangt af van hoeveel je doneert. Als je doneert aan een ANBI kan je zelfs 25% extra van de gift terug krijgen van de fiscus. Een gift is pas een gift als je er niks voor terugkrijgt. Daarnaast moet je kunnen aantonen, bij de belastingdienst, middels een notariele akte of sinds 2014 een onderhandse akte, dat je periodiek een gift doet. Een voordeel van een vastgestelde periodiek gift is dat er geen minimum bedrag door de fiscus wordt geeist en dat er geen maximum zit aan de aftrekbaarheid van jouw gift. Een periodieke gift is een goed alternatief voor eenmalige gift, deze zijn fiscaal minder aantrekkelijk.

Echter moeten de periodieke gift nog aan twee aanvullende voorwaarden voldoen:

  • De donatie moet minimaal een keer per jaar plaatsvinden minimaal 5 jaar lang
  • De bedragen moeten ongeveer hetzelfde bedragen

Reiskosten mogen forfait afgetrokken worden. Reisaftrek van het openbaar vervoer is toegestaan wanneer de afstand woon-werkverkeer meer dan 10 kilometer bedraagt. Daarnaast moet het tenminste een keer per week op dezelfde dag plaatsvinden.

Het deel wat afgetrokken mag worden wordt gebaseerd op de afstand en het aantal dagen dat je per week reist.

Heb je een onderneming die in Nederland is gevestigd en ben je vennootschapsbelasting verschuldigd. Dan kun je in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Je kunt aanspraak maken op deze aftrek als je investeert in bepaalde bedrijfsmiddelen voor je onderneming. Het bedrijfsmiddel moet duurder zijn dan €450 euro. De hoogte van de aftrek aftrek hangt af van het bedrag wat je investeert in het bedrijfsmiddel. Als je een onderneming drijft onder een samenwerkingsverband dan kun je de aftrek verdelen op basis van bijvoorbeeld de kapitaalsverhouding. Er zijn echter een aantal investeringen die niet in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Mocht het zo zijn dat je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na aanschaf verkoopt of op een andere manier van de onderneming vervreemd, dan kan het zijn dat je een deel van de aftrek moet terugbetalen. Dit wordt wel een desinvesteringsbijtelling genoemd.

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemdt en de waarde van de bedrijfsmiddelen die je vervreemdt moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze