Stakingswinst

Stakingswinst is de winst die wordt behaald door het staken (stoppen) van de onderneming. Het is het verschil tussen de boekwaarde van de onderneming en de waarde economisch verkeer op het moment van beëindiging. Deze stakingswinst bestaat onder andere uit stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Over de stakingswinst moet belasting worden betaald. De stakingswinst berekenen is erg ingewikkeld en wij willen je daar graag bij helpen. Bij enkele situaties hoef je bijvoorbeeld niet of niet geheel af te rekenen over de stakingswinst. Dit doet zich voor als er sprake is van een echtscheiding, als de onderneming wordt overgedragen aan een mede ondernemer of bv en als jij of jouw partner komt te overlijden.

Andere veel gestelde vragen

Als je in bezit bent van een rijksmonument dan kan je de onderhoudskosten die daaraan verbonden zijn aftrekken. De kosten die je maakt ter verbetering van het monument komen niet in aftrek. Kosten die ervoor zorgen dat het monument in bruikbare staat blijft en kosten die samenhangen met het herstellen van ingetreden verval mag je wel in aftrek brengen.

Mocht je subsidies ontvangen voor het monument dan moet je deze eerst van de gemaakte kosten aftrekken voordat je het bedrag als kosten mag opgeven in je inkomstenbelasting.

In sommige gevallen zijn de kosten extreem hoog, bijvoorbeeld omdat je het pand laat verbouwen tot een pand waarin je een onderneming wilt gaan drijven, dan komen de onderhoudskosten niet in aftrek. In dat geval worden ze geactiveerd op de balans en mag er op worden afgeschreven

Als je een investeringsaftrek hebt genoten op een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel vervreemd binnen 5 jaar, dan is het mogelijk dat je een deel van de investeringsaftrek moet terug betalen aan de fiscus. Je moet desinvesteringsbijtelling betalen als je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar vervreemd en de waarde van de bedrijfsmiddellen die je vervreemd moeten gezamenlijk hoger zijn dan €2300 euro. Het bedrag wat je terug moet betalen aan de fiscus hangt af van het bedrag waarvoor je het bedrijfsmiddel hebt vervreemd.

Er zijn ook een aantal ficties voor vervreemding opgenomen. Er is namelijk ook sprake van vervreemding als je het bedrijfsmiddel gaat verhuren, als je niet binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs hebt betaald. Daarnaast moet je binnen 3 jaar nadat je de investering deed het bedrijfsmiddel in gebruik nemen.  

Als startende ondernemer heb je kapitaal nodig om je onderneming op te zetten. Dit kapitaal kan geleend worden van een bank, maar ook van een particulier. Kwijt gescholden durfkapitaal is kapitaal wat een particulier uitleend aan een startende ondernemer. Door de regeling durfkapitaal krijg je als geldgever een heffingskorting op de inkomstenbelasting. Mocht de geldlener de lening niet kunnen terug betalen dan kan (een deel van) de lening worden kwijtgescholden. Deze regeling is echter per 2011 vervallen. Er is nu een overgangsregeling van kracht. De geldgever kan het bedrag wat is uitgeleend alleen nog aftrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Het geld moet zijn uitgeleend voor 1 januari 2011
  • De geldlening moet zijn erkend als lening durfkaptiaal
  • De lening moet binnen 8 jaar worden kwijtgescholden
  • Er moet een beschikking worden vastgelegd dat het geld niet kan worden terugbetaald
  • De geldgever mag in de betreffende 8 jaar maximaal een bedrag van €46.984 euro in aftrek brengen per startende ondernemer.

Fiscaal is het voordelig om kosten zo vroeg mogelijk ten laste van de winst te brengen. Dit kan door een bedrag aan te merken als een voorziening voor groot onderhoud. Op deze manier kun je toekomstige kosten voor groot onderhoud nu al ten laste van je resultaat brengen. Dit levert mogelijk een rente voordeel op. Om zo’n voorziening te kunnen vormen moet je de toekomstige kosten goed kunnen onderbouwen bij de fiscus. Het moet duidelijk gaan om onderhoud, dit betekent niet een verbetering aan een pand. De hoeveelheid die jaarlijks gereserveerd mag worden en ten laste van de winst mag worden gebracht, wordt bepaald aan de hand van de kosten van het toekomstig groot onderhoud.

Als je een voorziening voor groot onderhoud wil vormen is het niet alleen mogelijk om toekomstige kosten jaarlijks te doneren, je mag ook rekening houden met de jaren die al verstreken zijn.

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze