Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze

Andere veel gestelde vragen

Dat is een lastige vraag. Vooropgesteld: natuurlijk adviseren wij jou. Een aantal keer per jaar gaan onze professionals jouw financiële positie onder de loep nemen om te kijken waar je zaken zou kunnen verbeteren of waar je fiscale voordelen kunt behalen. Maar, degene die natuurlijk het beste weet of jij behoefte hebt aan een bepaald advies, ben je zelf! Schroom dus niet om aan de bel te trekken als je ons nodig hebt. Wij staan altijd voor je klaar!

Een lijfrente kan je zelf regelen als aanvulling op je oudedagvoorziening. De premie die je betaalt voor de lijfrente is aftrekbaar van het inkomen uit werk en woning. De uitkeringen zijn ter zijner tijd belast. Dit levert belastinguitstel op. Dit zorgt in de meeste gevallen voor een belastingvoordeel. In sommige gevallen is het mogelijk dat de premies niet worden afgetrokken, in dat geval levert het een fiscaal nadeel op, omdat de uitkering alsnog wordt belast. Geadviseerd wordt om een lijfrente alleen af te sluiten als het fiscaal voordelig is.

Mocht je omzet lager zijn dan je kosten die je maakt dan is er sprake van een verlies. Dit verlies kan je verrekenen met toekomstige winsten of winsten uit voorgaande jaren. Eerst wordt het verlies verrekend met de winst uit het voorafgaande jaar. Als dit niet helemaal verrekend kan worden dan mag je de huidige winst verrekenen met de winsten van de komende negen jaren.

In sommige gevallen is het verlies misschien niet volledig verrekenbaar:

  • Er is sprake van een belangenwijziging in de vennootschap, dit is een wijziging van aandeelhouders voor meer dan 30%
  • Er is sprake is van houdsterverliezen
  • Je onderneming wordt aangemerkt als fiscale beleggingsinstelling. Dit betekent dat de werkzaamheden van de onderneming hoofdzakelijk bestaan uit beleggen

Als er sprake is van deze situaties dan stelt de belastingdienst een beschikking op ten aanzien van deze verliezen. Bezwaar maken tegen deze beschikking is mogelijk.

Als je boekwinst behaalt op bedrijfsmiddelen dan mag je voor dit bedrag een herinvesteringsreserve vormen. Dit houdt in dat je de winst die je behaalt bij de verkoop niet fiscaal hoeft op te nemen. Op deze manier voorkom je directe belastingheffing. Een herinvesteringsreverve mag je alleen vormen als je voornemens hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Heb je een nieuw bedrijfsmiddel aangeschaft dan boek je het bedrag van de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag door deze afboeking niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel. Na dit gedaan te hebben kun je normaal afschrijven op het bedrijfsmiddel. Mocht je door deze regel geld overhouden dan kun je dit restant afboeken op een volgende investering, zolang deze binnen de herinvesteringstermijn wordt gedaan.

Heb je een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrijfsmiddel waarop niet wordt afgeschreven of waarop langer afgeschreven wordt dan tien jaren, dan mag je dit afboeken op de eerstvolgende investering in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Wil je echter gebruik maken van een gevormde herinvesteringsreserve om een een nieuw bedrijfsmiddel te kopen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, dan moeten de bedrijfsmiddelen beschikken over dezelfde economische functie.

Als je in bezit bent van een rijksmonument dan kan je de onderhoudskosten die daaraan verbonden zijn aftrekken. De kosten die je maakt ter verbetering van het monument komen niet in aftrek. Kosten die ervoor zorgen dat het monument in bruikbare staat blijft en kosten die samenhangen met het herstellen van ingetreden verval mag je wel in aftrek brengen.

Mocht je subsidies ontvangen voor het monument dan moet je deze eerst van de gemaakte kosten aftrekken voordat je het bedrag als kosten mag opgeven in je inkomstenbelasting.

In sommige gevallen zijn de kosten extreem hoog, bijvoorbeeld omdat je het pand laat verbouwen tot een pand waarin je een onderneming wilt gaan drijven, dan komen de onderhoudskosten niet in aftrek. In dat geval worden ze geactiveerd op de balans en mag er op worden afgeschreven