Verliesverrekening VPB

Mocht je omzet lager zijn dan je kosten die je maakt dan is er sprake van een verlies. Dit verlies kan je verrekenen met toekomstige winsten of winsten uit voorgaande jaren. Eerst wordt het verlies verrekend met de winst uit het voorafgaande jaar. Als dit niet helemaal verrekend kan worden dan mag je de huidige winst verrekenen met de winsten van de komende negen jaren.

In sommige gevallen is het verlies misschien niet volledig verrekenbaar:

  • Er is sprake van een belangenwijziging in de vennootschap, dit is een wijziging van aandeelhouders voor meer dan 30%
  • Er is sprake is van houdsterverliezen
  • Je onderneming wordt aangemerkt als fiscale beleggingsinstelling. Dit betekent dat de werkzaamheden van de onderneming hoofdzakelijk bestaan uit beleggen

Als er sprake is van deze situaties dan stelt de belastingdienst een beschikking op ten aanzien van deze verliezen. Bezwaar maken tegen deze beschikking is mogelijk.

Andere veel gestelde vragen

Om te bevorderen dat arbeidsongeschikten weer gaan werken is deze wet geïntroduceerd. Veel gedeeltelijke arbeidsongeschikten die willen gaan ondernemen kunnen geen aanspraak maken op de starters-en zelfstandigenaftrek omdat ze niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Wanneer je arbeidsongeschikt bent en daardoor een uitkering had en een onderneming wil starten, kun je in de eerste drie jaren beroep doen op deze regeling. Bij deze regeling moet je minimaal 800 uur werkzaam zijn in jouw onderneming.

Verdere voorwaarden zijn:

  • Dat je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • Je was in de 1 of meer dan 5 voorafgaande jaren geen ondernemer.
  • Je kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen

De aftrekpost waar je aanspraak op maakt als je aan alle voorwaarden voldoet bedraagt €12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar, en € 4.000 in het derde jaar en mag niet hoger zijn dan de winst ze

Als ondernemer voor de IB mag je jaarlijks een bedrag reserveren wat je kan gebruiken als oudedagsvoorziening, de oudedagreserve. Het gereserveerde bedrag mag ten laste van de winst worden gebracht. Een voorwaarde om een oudedagreserve te kunnen vormen is dat je aan het urencriterium voldoet en je mag aan het begin van het kalenderjaar niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De oudedagreserve neemt af als wordt besloten een lijfrente te kopen. Het bedrag waarvoor de lijfrente wordt gekocht moet bij de fiscale winst worden gevoegd. Daartegenover staat dat de rente op de gekochte premie mag worden afgetrokken van de fiscale winst.

Deze aftrek is speciaal bedoeld voor ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Over 2016 mag je een bedrag aftrekken van 58% van de investering. Je komt in aanmerking voor deze aftrek als het gaat om een nog niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel, er minimaal een bedrag van €2500 euro is geinvesteerd per bedrijfsmiddel en het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Je kunt geen energie-en milieuinvesteringsaftrek tegelijk krijgen.

Let echter wel op dat je binnen 3 maanden na aanschaf een verzoek moet indienen bij de belastingdienst om aanspraak te kunnen maken op deze aftrek.

Heb je een onderneming die in Nederland is gevestigd en ben je inkomstenbelasting verschuldigd. Dan kun je in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Je kunt aanspraak maken op deze aftrek als je investeert in bepaalde bedrijfsmiddelen voor je onderneming. Het bedrijfsmiddel moet duurder zijn dan €450 euro. De hoogte van de aftrek aftrek hangt af van het bedrag wat je investeert in het bedrijfsmiddel. Als je een onderneming drijft onder een samenwerkingsverband dan kun je de aftrek verdelen op basis van bijvoorbeeld de kapitaalsverhouding. Er zijn echter een aantal investeringen die niet in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Mocht het zo zijn dat je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na aanschaf verkoopt of op een andere manier van de onderneming vervreemd, dan kan het zijn dat je een deel van de aftrek moet terugbetalen. Dit wordt wel een desinvesteringsbijtelling genoemd.

Als je een gift doet aan een (culturele) algemeen nut beoogde instelling of een steunstichting is het mogelijk om een deel van de gift in aftrek te brengen op de inkomstenbelasting. Een gift is een gift als er geen tegenprestatie tegenover staat. Daarnaast moet je zelf kunnen aantonen bij de belastingdienst dat je een gift hebt gedaan. Bij gewone giften geldt er een drempelbedrag van 1% van jouw inkomen en een minimum van €60 euro. Wat je meer hebt betaald dan het drempelbedrag mag je in aftrek brengen. Echter geldt er wel een maximum van 10% van het inkomen aan deze aftrek.

Als je een gift doet aan een culturele algemeen nut beoogde instelling dan krijg je hiervoor extra aftrek. De gift mag verhoogd worden met 25%, maar er geldt een maximum van €1250.