Gebruikelijk loon DGA

In art. 12a LB is geregeld dat voor werknemers met een aanmerkelijk belang (5% van de aandelen)  in hun werkgever (meestal de holding BV), of hun partners, een minimaal in aanmerking te nemen loon geldt. Voor deze werknemers wordt zo nodig een fictief loon in aanmerking genomen dat niet in belangrijke mate afwijkt van hetgeen in zakelijke verhoudingen gebruikelijk is; het salaris dient minimaal 70% te zijn van een zakelijk te achten salaris en maximaal 130%. Er geldt dus een tolerantiemarge van 30%. Als het feitelijke salaris lager is dan het gebruikelijk loon, is het verschil ‘fictief loon’. Het fictief loon wordt geacht te zijn genoten aan het einde van het desbetreffende kalenderjaar, art. 13a LB. Het standaard gebruikelijk loon bedraagt €43.000 voor 2013. De bijtelling van de auto is in dit bedrag begrepen. De pensioenaanspraken en onbelaste onkostenvergoedingen  maken hier geen onderdeel van uit.

Alleen vermogensbeheer in BV

Deeltijdfuncties of alleen vermogensbeheer in de BV of het verrichten van werkzaamheden van eenvoudige aard kunnen een reden zijn om een lager gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. Bij deeltijdfuncties is het niet automatisch zo dat het gebruikelijk loon naar rato verlaagd wordt.

Gebruikelijk loon in verliessituaties

Vindt een dga dat het zakelijk te achten salaris in zijn situatie lager is, dan dient hij dat aannemelijk te maken. Een lager loon dan een gebruikelijk loon is acceptabel indien aannemelijk is dat de continuïteit van de vennootschap in gevaar komt bij het uitbetalen van een gebruikelijk loon. Indien geen sprake is van een structureel verlieslijdende onderneming is geen ruimte voor de verzachtende bepaling. Er moet dus sprake zijn van structureel verlieslijdende onderneming. Er kan ook geen beroep worden gedaan op de verzachtende bepaling indien de slechte financiële positie van een BV mede is veroorzaakt door een in verhouding hoge rekening-courantschuld van de DGA aan de vennootschap.
De inspecteur kan echter van zijn kant proberen aannemelijk te maken dat een zakelijk salaris hoger ligt dan voormelde norm. Slaagt hij daarin dan wordt daarvan uitgegaan met een marge van 30%.
Het salaris van de dga wordt in principe niet lager vastgesteld dat het hoogste loon van de overige werknemers. Mocht dit gezien de uitzonderlijke kwaliteiten van de desbetreffende werknemer te hoog uitvallen, dan wordt het loon vastgesteld op een zodanig bedrag dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, doch niet lager dan de norm. Het salaris van de meest verdienende werknemer kan hoger liggen dan dat van de dga als de eerstgenoemde over uiterst schaarse, hoogwaardige deskundigheid beschikt (bijvoorbeeld een toponderzoeker).

Verzoek om zekerheid vooraf

Indien er vooraf zekerheid gewenst is kan hiervoor een verzoek gedaan worden aan de inspecteur. Hierbij moeten alle relevante feiten en omstandigheden worden aangegeven waarom je denkt dat het gebruikelijk loon lager moet zijn. Indien de inspecteur zich kan vinden in het door je vastgestelde loon krijgt je hiervoor een beschikking die voor één of meerdere jaren geldig is.