Superheld Irene Tanis

‘Lukt het vandaege nie, dan lukt het merrege’, zeggen ze dus blijkbaar in Zeeland, maar onze nieuwste assistent-accountant Irene Tanis is niet echt type van a’s ’t werke in ’n flesse zat, liet ik ‘um dicht. Dat is dan ook de reden dat ze bij IBEO aan de slag ging, want hard werken hebben wij hoog in het vaandel staan. 

Irene groeide op in Bruinisse (Bru voor intimi), het idyllische Zeeuwse dorp dat even groot is als het vakantiepark dat ernaast ligt en tevens de geboorteplaats van politicus Hugo de Jonge. Waar Bruinisse precies ligt? Ten zuiden van Herkingen en Battenoord, en een beetje ten oosten van Dreischor en Sirjansland. Natuurlijk staat Bruinisse bekend als vissers- en landbouwgemeenschap, maar er is nog veel meer. Niet alleen is het de thuisbasis van de Bruse Boys, ook is dit het dorp waar sinds 1997 de grootste mossel van Nederland zich bevindt. De schelp van wel vier meter lang en drie meter hoog is, naast de Chinese muur, het enige bouwwerk dat vanaf de maan te zien is.

Het enige wat Bruinisse Irene niet kon bieden was een boeiende vervolgopleiding, waardoor zij enkele jaren genoodzaakt was een paar dagen per week naar Rotterdam af te reizen waar zij bedrijfseconomie studeerde. Deze studie rondde zij in de zomer van 2016 af en daarna had ze eigenlijk nog geen plan totdat haar oud-studiegenoot Annemarie haar belde met de vraag of ze zin had om bij IBEO te komen werken. Irene dacht: “Ik bin nie van ’n uul uutgebroeid” en ze vloog t’r op af as Soffel op d’n duvel. Maar ze kon toen nog niet weten hoe haar leven zou veranderen.

PROEF BANNER

Het leukste aan werken bij IBEO vind ik de sfeer. Het is hier alles behalve stijf. Daarnaast vind vooral leuk dat ik straks de verantwoordelijkheid krijg voor klanten. Bovendien sluit het goed aan bij mijn opleiding en krijg ik ook nog eens de kans om door te studeren. In welke richting weet ik nog niet, maar ik krijg alle tijd om dat te ontdekken.” Maar, zoals wel meerdere collega’s hebben ervaren zit er ook een keerzijde aan de medaille.

Vroeger was ik altijd blij als het weer weekend was, maar nu wordt ik op zaterdagochtend altijd strontchagrijnig wakker, zelfs een bezoekje aan de mossel van Bru kan mij dan niet meer opvrolijken. Om de tijd te doden tot het weer maandag is ga ik dan maar naar mijn pony Pelin toe of ik haal een patatje stoof bij Johnny Poep.” Irene hoeft in het weekend ook niet echt weg, want doordat Duitse toeristen en masse naar Bru komen heeft ze vaak het gevoel op vakantie te zijn in eigen dorp.  

Als het maandag is vertrekt Irene weer met gierende banden naar kantoor. “Ik hoop altijd dat het er nog staat. Het idee dat dit niet zo zou kunnen zijn maakt mij gewoon bang. Verder ben ik trouwens nergens bang voor, ja voor het water, maar dat heeft iedereen in Zeeland.”