Op vakantie met een zakelijke auto: Hoe zit het met de bijtelling en de 500 kilometergrens?

Voor de vakantie mag je van je werkgever een andere auto van de zaak dan je normale leaseauto gebruiken zodat de reis wat comfortabeler wordt. Maar hoe zit het met de regels van de bijtellingsregeling?

Normaal wordt elke maand het brutoloon verhoogd met de bijtelling wanneer een zakelijke auto ter beschikking wordt gesteld aan de werknemer voor zakelijke- en privédoeleinden.

Als een werknemer een andere auto van de zaak dan de reguliere auto gebruikt om naar een vakantiebestemming te rijden, dan wordt de werknemer in de betreffende maand geconfronteerd met dubbele bijtelling (indien de reguliere auto thuis voor de deur geparkeerd staat) namelijk 1/12de van de reguliere auto plus 1/12de over de vakantieauto. Maar wanneer de werknemer de reguliere auto inlevert bij de werkgever dan kan de bijtelling van deze auto over de betreffende maand achterwege blijven. Op de loonstrook van die maand zal dan enkel 1/12de bijtelling van de vakantieauto als brutoloon staan.
Deze situatie is niet gelijk wanneer de zakelijke auto niet privé wordt gereden. Indien de werknemer een verklaring van geen privégebruik heeft ingeleverd en een sluitende rittenregistratie bijhoudt, waaruit blijkt dat er minder dan 500 km aan privé kilometers reden wordt, dan geldt er voor de auto geen bijtelling. Daarvoor is het belangrijk om te weten dat woon-werkkilometers als zakelijke kilometers gezien worden.

Tijdens een vakantie wordt de reguliere auto niet ingeleverd, maar er wordt wel gebruik gemaakt van een vakantie auto van de zaak, waardoor de werknemer deze maand twee auto’s ter beschikking heeft. Met de reguliere auto wordt niet gereden waardoor de werknemer onder de 500 privékilometers blijft. Hierdoor is de bijtelling nihil. Voor de vakantieauto wordt 1/12de bijtelling berekend.

Deze situatie gaat alleen niet op wanneer de werknemer de reguliere auto inlevert. Je zou denken dat het inleveren van de reguliere auto voordeliger is maar helaas is dat niet het geval.
Wanneer de reguliere auto wordt ingeleverd bij de werkgever dan is er géén sprake van het bezit meerdere auto’s tegelijkertijd. Het gevaar zit zich namelijk in het feit dat in dit geval de 500km grens gehanteerd wordt per kalenderjaar en niet per auto. Met andere woorden, het is niet ondenkbaar dat met de vakantieauto in de betreffende maand meer dan (500 km / 12maanden) 42 kilometer privé gereden wordt waardoor de 500 km grens wordt overschreden. Gevolg? De werknemer moet voor het gehele jaar de bijtelling van de reguliere auto betalen en tijdsevenredig voor de vakantieauto.
Kortom, het is voordeliger om de reguliere auto niet in te leveren.