Vakantierechten, hoe zit dat nou precies?

Rond de zomerperiode hebben werknemers meestal veel vragen over hun vakantiedagen. Werknemers die geen vakantie opnemen, willen misschien weten of ze hun dagen kunnen laten uitbetalen en werknemers die wél op vakantie willen, vragen zich misschien af of de werkgever de vakantie kan weigeren. Vijf aandachtspunten op een rij.

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen: Wat zijn de vervaldata?
Voor zowel de wettelijke als de bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verval- of verjaringstermijn. De wettelijke vakantiedagen blijven geldig tot een half jaar na het jaar van opbouw. De bovenwettelijke vakantiedagen verjaren vijf kalenderjaren na het jaar waarin ze zijn opgebouwd. In de cao, het personeelsreglement of de arbeidsovereenkomst kan een langere verval- of verjaringstermijn zijn afgesproken.

Afkopen van vakantiedagen
De werkgever mag de wettelijke vakantiedagen van een werknemer niet uitbetalen zolang de werknemer nog in dienst is, ook niet als de werknemer hier zelf mee instemt. Of een werknemer de bovenwettelijke vakantiedagen tijdens het dienstverband mag uitbetalen, hangt af van de regels die hierover in de cao of arbeidsovereenkomst staan. Bij uitdiensttreding mag een werkgever zowel de wettelijke als de bovenwettelijke vakantiedagen uitbetalen.

Verplichte vakantiedagen ingesteld door werkgever
Een verplichte vakantiedag of vakantieperiode afspreken, mag alleen als deze mogelijkheid in de cao of arbeidsovereenkomst is opgenomen. Zijn hierover geen afspraken gemaakt en wil de werkgever dit wel invoeren, dan heeft hij hiervoor toestemming nodig van de ondernemingsraad (OR). Is er geen OR, dan zullen de werkgever en de werknemer er onderling uit moeten komen.

Het inplannen/indienen van een vakantie, mag een werkgever dat weigeren?
De werkgever mag een vakantieverzoek weigeren vanwege zogenoemde zwaarwegende bedrijfsbelangen. Hij moet dit dan wel binnen twee weken na het indienen van een vakantieverzoek schriftelijk aan de werknemer laten weten.

Flexwerkers en hun recht op vakantiedagen
Elke werknemer heeft volgens de wet jaarlijks recht op vier keer het aantal werkuren per week om ‘uit te rusten’. De zogenoemde wettelijke vakantiedagen. Dit betekent dat een werknemer die fulltime werkt, recht heeft op twintig dagen vakantie per jaar. Een uitzondering geldt voor werknemers die niet elke week een vast aantal dagen of uren werken.

Door de flexibele arbeidspatronen wordt het opgebouwde recht aan vakantiedagen altijd uitgekeerd in geld. Dit betekent dat wanneer een flexwerker niet werkt, omdat hij of zij op vakantie gaat, geen geld uitgekeerd krijgt in de vorm van loon plus vakantiegeld en vakantiedagen toeslag. Dit heeft hij of zij reeds elke periode uitgekeerd gekregen.

In tegenstelling tot de alinea Afkopen van vakantiedagen is het dus arbeidsrechtelijk toegestaan in het geval van flexwerkers om vakantiedagen periodiek uit te betalen, alleen indien dit duidelijk op de loonstrook zichtbaar is gemaakt.